Vertelstof
De vrijeschool hecht grote waarde aan het vertellen van verhalen aan de kinderen. De verhaalstof is zo gekozen dat het passend is voor de leeftijdsfase waarin het kind zich bevindt. Door het vertellen van verhalen heeft het kind de mogelijkheid zich in te leven in andere tijden, personen en situaties. De vertelstof is breed en vindt zijn oorsprong in diverse culturen en in diverse fasen van ontwikkeling van de mensheid. Zo ontstaat er een brede cultuuroverdracht en maken de kinderen kennis met de diverse aspecten waaruit onze huidige cultuur is voortgekomen.
Zonder daarin expliciet te zijn, worden in de verhalen normen en waarden overgedragen. De verhalen bieden ook een aanknopingspunt om met elkaar in de klas tot gesprek te komen, waarbij kinderen hun eigen oordeel leren vormen.
Het vertellen van verhalen draagt bovendien in hoge mate bij aan het taalgevoel van kinderen. De opbouw van de vertelstof ziet er als volgt uit:
De kleuterklas: sprookjes en versjes
De eerste klas: volkssprookjes
De tweede klas: dierenfabels en heiligenlegenden
De derde klas: verhalen uit het Oude Testament
De vierde klas: verhalen uit de Edda (de Noorse en Germaanse mythologie)
De vijfde klas: verhalen uit de Griekse mythologie. Ook vindt nu de overgang naar het vak geschiedenis plaats
De zesde klas: geschiedenis van de Egyptenaren, Romeinen en de vroege Middeleeuwen
Naast deze vertelstof worden er uiteraard ook eigentijdse verhalen en verhalen uit andere niet-westerse culturen verteld in alle klassen.