Visie
Vrijescholen worden samen met onder andere de Montessori-, Jenaplan- en Daltonscholen geschaard onder het "traditioneel vernieuwingsonderwijs". Deze scholen hebben, in een tijd dat de overheid niet zozeer nadacht over 'hoe' het onderwijs vorm moest krijgen, een eigen visie op onderwijs ontwikkeld. Deze visie ontstond niet vanachter het bureau. Het waren mensen uit de onderwijspraktijk die het onderwijs vernieuwden. Veelal waren zij ontevreden over het feit dat het onderwijs uitsluitend op cognitieve kennis gericht was en dat de leerling op de docent gericht was in plaats van andersom. Ook waren zij van mening dat de leerlingen passief opnamen wat hen werd aangeboden. Één van die mensen was de grondlegger van de antroposofie: Rudolf Steiner.
Rudolf Steiner ontwikkelde in het begin van de 20e eeuw een pedagogiek die uitgaat van de grondgedachte dat de mens zich ontwikkelt op verschillende niveaus, namelijk het denken, het voelen en het willen. In het vrijeschoolonderwijs gaat het niet alleen om het verwerven van kennis "met het hoofd" maar ook om het verwerven van kennis "met het hart" en "met de handen". Op de vrijeschool hebben we de overtuiging dat een kind de leerstof pas echt opneemt als het zich er daadwerkelijk mee kan verbinden. Als het aansluit bij zijn of haar beleving.
Ons leerplan is gericht op de ontwikkeling van het kind waarbij een harmonische ontwikkeling tussen verstand, lichaam en de wil wordt nagestreefd. Om het onderwijs zó te kunnen geven wil de school "vrij" zijn van overheidsbemoeienis. De overheid keurt het leerplan goed en controleert onze resultaten maar schrijft het niet voor. Vandaar de naam vrijeschool. Tevens is de school vrij voor iedereen om zich aan te melden, ongeacht geloofsovertuiging of culturele achtergrond. Die naam heeft dus niets te maken met het ontbreken van regels voor de kinderen of het ontbreken van structuur of leiding. Integendeel.